ODD-CD

ODD staat voor ‘Oppositional Defiant Disorder’ ofwel ‘Oppositioneel Opstandig Gedrag’. CD staat voor ‘Conduct Disorder’ ofwel ‘Antisociale Gedragsstoornis’. De meeste peuters, kleuters en pubers maken een periode door van opstandig en soms ook agressief gedrag. Pas als er sprake is van ernstige negatieve gedragingen, die bovengemiddeld vaak voorkomen, die niet toe te schrijven zijn aan externe of tijdelijke omstandigheden en die zich gedurende een langere tijd blijven herhalen, spreekt men van een agressieve gedragsstoornis.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen ODD en CD. ODD komt voor bij 3,2% van de kinderen. Deze kinderen zijn moeilijk in de opvoeding; zijn ongehoorzaam en in verzet; maken ruzie en zijn driftig; en houden zich (vaak) niet aan regels. Feitelijk gewelddadig gedrag is niet aan de orde. Dit in tegenstelling tot CD, wat voorkomt bij 2% van de kinderen. Deze kinderen vertonen agressief en soms zelfs delinquent gedrag, onacceptabel voor de omgeving. De kern van het probleem is de instelling van het kind: in zijn of haar beleving gelden er andere regels voor hen dan voor andere kinderen. Zij zijn in hun contacten gericht op persoonlijk voordeel en hebben een verminderd inlevingsvermogen. Omdat het voor iedereen in de omgeving van deze kinderen moeilijk is om met deze problemen om te gaan, komen zij heel gemakkelijk terecht in een neerwaartse spiraal. Doordat gezinnen door gevoelens van schuld en schaamte pas relatief laat aan de bel trekken, wordt in veel gevallen de diagnose pas relatief laat gesteld. De aanpak van kinderen en jongeren met ODD-CD is een aanpak op diverse fronten: zowel het kind/ de jongere zelf als zijn of haar gezin moet in dit geval begeleiding krijgen.

Op school zijn de volgende zaken erg belangrijk : Een persoon (mentor, begeleider, coach) met goede kennis van zaken over, en het liefst ervaring hebbend met, leerlingen met ODD-CD, die aan de desbetreffende leerling wordt toegewezen. Deze begeleider zal de wil en het geduld moeten hebben om te luisteren naar het hele verhaal en samen met ouders en school een individueel werkbaar plan opstelt. Verder is het belangrijk dat de leerling regelmatig, zo mogelijk dagelijks, contact heeft met zijn begeleider. Voor de leerling is het belangrijk dat de begeleider ook zijn interesses en talenten kent en dat ook positieve dingen worden benoemd. Daarnaast is het belangrijk dat de leerling, mocht het fout gaan, naar een prettige time-out-plek kan gaan (en dus niet gewoon op de gang of iets dergelijks wordt gezet).